Wat doen zend-amateurs?

Radiozendamateurs (zendamateurs) zijn er al meer dan 100 jaar. In de tijd dat er nog geen smartphones, tablets en internet bestond, was radio de enige manier om draadloos over (soms) grote afstand met anderen in contact te komen. Een van de oudste methoden is morse. Deze methode, die voor elke letter een unieke punt-streep code kent, is nog steeds uitermate geschikt om onder moeilijke omstandigheden radiocontacten tot stand te brengen. In noodsituaties (denk aan 9-11) vallen GSM- en internet netwerken vaak uit. Radiozendamateurs zijn dan in staat in korte tijd een noodcommunicatienet op te zetten.
De radiozendamateur
Er zijn veel verschillende methoden waarop radioverbindingen gerealiseerd kunnen worden. Zendamateurs houden zich bezig met het experimenteren op welke manier spraak, beeld en digitale signalen draadloos verstuurd en ontvangen kunnen worden. Hierbij wordt eindeloos geprobeerd de beste combinatie van zender, ontvanger en antenne te vinden. Apparatuur kan kant-en-klaar gekocht worden, maar wie een beetje handig is en zijn fantasie kan gebruiken bouwt zijn ‘rig’ natuurlijk zelf. Voor sommigen is de ultieme “kick” met hun simpele zelfgebouwde radio contacten te leggen via de zelf ontworpen en gebouwde antenne.

Examens
In Nederland zijn er ongeveer 12.000 zendamateurs. Die zijn dat niet zomaar geworden. Er moet eerst met goed gevolg een examen worden afgelegd. Een zendamateur moet de basisbeginselen van radio- en elektrotechniek beheersen en laten zien dat hij op een verantwoorde manier met de radioapparatuur kan omgaan. Immers, niemand wil, dat bij verkeerd gebruik van de apparatuur bijvoorbeeld het radioverkeer van vliegtuigen wordt gestoord. In Nederland bestaan er twee soorten examens; full (F) en novice (N). Met een F-diploma op zak mag je gebruik maken van alle radiobanden die voor zendamateurs zijn vrijgegeven. Deze banden bestrijken het gebied van VLF (Very Low Frequency) tot SHF (Supreme High Frequency). Dit kan met relatief grote zendvermogens (tot 400 Watt). Iemand met een novice diploma is gelimiteerd in maximaal zendvermogen (25 Watt) en het aantal banden.

Radiogolven
Een radiogolf kan van informatie (spraak, beeld, digitaal) worden voorzien. Dit heet het moduleren van de draaggolf. Er zijn legio methoden om dit te doen. De meest bekende zijn: FM (frequentie modulatie), AM (amplitude modulatie), CW (Continuous Wave, morse), SSB (Single Side Band) en PSK (Phase Shift Keying). Elke methode kent zijn eigen karakteristieken met voor- en nadelen.

Interessant is dat de voorplanting (“propagatie”) van radiosignalen beïnvloed wordt door bijv. zonneactiviteit (zonnevlekken)
en weersinvloeden. Het bestuderen van de propagatie van radiosignalen is voor sommigen een belangrijk deel van de radiohobby. Het is ook mogelijk aan EME “Earth-moon-earth moonbounce” te doen. Een stevig signaal wordt richting de maan gestraald. De maan werkt als een reflector en kaatst een klein deel van de radio-energie terug naar de aarde. Deze kleine signalen worden, met een kleine vertraging, door amateurs ontvangen. Op deze manier is het mogelijk wereldwijde verbindingen te maken.

Het is vele malen simpeler om radiocontacten binnen Europa of wereldwijd via de kortegolf frequenties te maken. In 14 MHz band bijvoorbeeld is het niet moeilijk om dit met kleine zendvermogens (vaak minder dan 10 Watt) en eenvoudige (zelfbouw)apparatuur te doen.

Piraten
Radiopiraten zijn niet geregistreerd en beschikken niet over een radiodiploma terwijl zij toch radiouitzendingen verzorgen. Dit gebeurt vaak in omroepbanden waar zij muziekprogramma’s de ether instralen. Deze piraten zijn niet gemachtigd gebruik te maken van de frequentieruimte en zijn illegaal bezig. Wanneer het Agentschap Telecom overtredingen constateert kan de piraat op een fikse boete rekenen.

Callsign
Wanneer iemand voor het radioexamen is geslaagd kan bij het Agentschap Telecom een callsign worden aangevraagd. Dit is een unieke, internationaal afgesproken, letter-cijfer combinatie. Een callsign bestaat uit een prefix en een suffix. De prefix geeft het land van herkomst aan. Zo staat PA voor Nederland, ON voor Belgie en TF voor IJsland. De callsign zorgt ervoor dat de zendamateur herkenbaar is voor zijn tegenstation. Een voorbeeld van een Nederlandse callsign is PA2RF. Een station uit IJsland kan de call TF2MNS hebben. Zendamateurs maken gebruik van Q-codes om onder moeilijke omstandigheden snel informatie uit te wisselen. Zo is een radioverbinding een QSO en je woonplaats je QTH. Ook deze code is internationaal afgesproken. Radioverbindingen worden vaak bevestigd met een QSL-kaart. Op deze kaart staan, naast een mooie foto, de belangrijkste parameters van de gemaakte verbinding.